“Ik kan niet in een rij voor de kassa staan, dadelijk ziet iedereen hoe ik in paniek raak”
“Ik denk altijd het meest negatieve. Wat andere mensen over mij zouden kunnen denken en wat er zou kunnen gebeuren.”
Angst
Als je een angststoornis hebt ga je vaak datgene uit de weg waar je bang voor bent. Bijvoorbeeld sociaal contact, auto rijden, drukke ruimtes, iets presenteren, je mening geven. Op de korte termijn helpt dit vermijden, want je wordt (tijdelijk) minder bang. Op de lange termijn echter, zorgt dit vermijden ervoor dat je angst blijft bestaan en zelfs groter wordt.
Vermijding & negatief denken
Vermijding
Als je een angststoornis hebt ga je vaak datgene uit de weg waar je bang voor bent. Bijvoorbeeld sociaal contact, auto rijden, drukke ruimtes, iets presenteren, je mening geven. Op de korte termijn helpt dit vermijden, want je wordt (tijdelijk) minder bang. Op de lange termijn echter, zorgt dit vermijden ervoor dat je angst blijft bestaan en zelfs groter wordt.
Negatief of 'niet helpend' denken:
Als je een angststoornis hebt, denk je vaak dat de kans op gevaar heel groot is. Bijvoorbeeld de kans op dat anderen je zullen afwijzen of de kans op dat er iets naars zal gebeuren. Maar klopt dit wel?
Behandeling
Cognitieve Gedragstherapie (CGT) is een wetenschappelijk bewezen effectieve behandeling bij angststoornissen. Grofweg gezegd heeft ongeveer driekwart van de cliënten baat bij deze behandeling. Bij Praktijk Pernet wordt angst behandeld met CGT. De behandeling van angst is erop gericht om jezelf stapje voor stapje, bloot te stellen aan de dingen, plekken en situaties waar je bang voor bent. We noemen dat ‘exposure’. Zo kun je beetje bij beetje wennen aan situaties die je moeilijk vindt en zal je merken dat de angst geleidelijk af zal nemen, waardoor je weer meer gaat durven en doen. Naast deze gedragsmatige behandeling kijken we ook welke ‘niet helpende’ gedachten je hebt. Deze onderzoeken we en proberen we eventueel te wijzigen.
Meer weten?
Praktijk Pernet behandelt sociale angst, piekeren en paniek. Hieronder meer informatie over deze specifieke angstklachten.
Ongeveer 4% van de Nederlanders heeft een sociale angst stoornis (SAS). Heb je een sociale angststoornis, dan ben je angstig of heel gespannen in diverse sociale situaties. Situaties waarin je met anderen te maken krijgt, zoals pauzes op het werk, vergaderingen, feestjes, in gesprek raken met iemand, in het middelpunt van de belangstelling staan, roepen veel angst en spanning op en je gaat ze het liefst uit de weg. Kern van de sociale angst is dat je bang bent voor de kritische beoordeling door anderen of je bent bang je op een beschamende wijze te zullen gedragen. Sommige mensen zijn bang dat ze in sociale situaties gaan trillen, blozen of zweten en schamen zich daarvoor. Om die reden vermijden ze sociale situaties. Daardoor wordt de angst op de lange termijn alleen maar groter.
Tijdens de behandeling krijg je eerst uitleg over hoe sociale angst werkt. Daarna leer je om stapje voor stapje weer situaties op te zoeken (exposure) die je nu vermijdt. Je gaat bijvoorbeeld een vriendin bellen, of tijdens de pauze op het werk een praatje met iemand maken. Je zult merken dat door de oefeningen je angst minder vaak zal optreden, en minder heftig zal zijn. Je leert ook om op een andere manier te denken over jezelf. Bijvoorbeeld dat anderen helemaal niet in de gaten hebben dat je angstig bent, en dat als ze het wél merken ze vaak positiever en niet negatiever over je denken. 50-80% van de cliënten heeft baat bij Cognitieve Gedragstherapie.
Paniekaanvallen zijn plotseling optredende, kortdurende periodes van heftige angst die gepaard gaan met allerlei lichamelijke sensaties, zoals hartkloppingen, zweten, trillen en benauwdheid. Tijdens een paniekaanval ben je bang om dood te gaan of de controle over jezelf te verliezen.
Agorafobie (ook wel ‘straatvrees’ of ‘pleinvrees’ genoemd) is de angst om alleen, dus zonder een vertrouwd persoon, in een openbare ruimte te zijn, of in een ruimte waaruit je niet zo makkelijk weg kunt komen. Je vermijdt bijvoorbeeld drukke winkels, de bioscoop en het openbaar vervoer. Soms durf je ook niet meer alleen van huis te gaan, of met je eigen auto te reizen. Hierdoor wordt je angst op de lange termijn juist erger.
Behandeling van de paniekstoornis met agorafobie: Tijdens de behandeling krijg je eerst uitleg over hoe je lichaam werkt bij angst, zodat je de lichamelijke symptomen ervan beter leert herkennen. Je leert door oefeningen dat ze kunnen komen en weer gaan, en dat ze niet gevaarlijk zijn. We noemen dat interoceptieve exposure. Daarna leer je om stapje voor stapje weer situaties op te zoeken die je nu vermijdt (exposure). Je gaat bijvoorbeeld een boodschapje doen, eerst samen met iemand, daarna alleen, eerst in een kleine winkel op een rustig tijdstip, en langzamerhand in een grotere winkel. Je zult merken dat de paniekaanvallen minder vaak optreden, minder heftig zijn en minder angst oproepen. Je leert minder bang te worden van een paniekaanval, waardoor je situaties die je nu uit de weg gaat weer aan zal durven. Door cognitieve therapie leer je op een andere manier te denken over de paniekaanvallen, bijvoorbeeld dat je meer controle heeft dan je wellicht denkt. 60-80% van de mensen met een paniekstoornis heeft baat bij CGT.
Bij een gegeneraliseerde angststoornis (GAS), ofwel piekerstoornis, is er sprake van overmatig en vaak piekeren over allerlei dagelijkse onderwerpen. Je piekert bijvoorbeeld: ‘als mijn partner maar geen ongeluk krijgt’, ‘wat als ik de bus morgen mis naar een belangrijke afspraak?’, ‘hoe moet ik dat meningsverschil met mijn vriendin nou aanpakken?’ of ‘als ik maar niet ziek word met dat feest’. Vaak pieker je ook over het piekeren ‘als ik niet stop met piekeren, slaap ik weer slecht’ of ‘waarom ben ik toch steeds aan het piekeren?’. Je wilt waarschijnlijk vaak het piekeren onderdrukken, maar dat vermijden werkt averechts. Door al het gepieker word je bang, bent je steeds gespannen en slaapt je vaak slecht.
Tijdens de behandeling krijg je eerst uitleg over piekeren. Vervolgens leer je dat je controle kan hebben over het piekeren en hoe je efficiënter kan piekeren. Ook leer je om/dat je ter plekke adequate oplossingen kan bedenken en dus niet alles vooraf hoeft uit te denken.